De Boxtelse puzzel die arbeidsmigratie heet deel 3: ‘het werk’

Dubieuze of juist goedbedoelde dubbelrol als huisvester én werkgever

Naar schatting verblijven tussen de 400 en 600 duizend arbeidsmigranten in Nederland, waarvan zo’n tien procent in de regio Den Bosch/Eindhoven. Middenin die regio ligt het arbeidersdorp Boxtel. Een naderende uitbreiding van vleesverwerker Vion met honderden extra flexibele arbeidsplekken roept vragen en onrust op onder de bevolking en politiek. In deze serie bekijken we hoe het ruim 30.000 inwoners tellende dorp worstelt om het verblijf van honderden gastarbeiders in goede banen te leiden. In dit deel bekijken we rol die uitzendbureaus en werkgevers spelen.

Stel: je komt als arbeidsmigrant naar een gemeente als Boxtel om werk te doen. Je spreekt de taal niet en je kent er niemand, behalve het personeel van het uitzendbureau. Wie helpt je dan aan werk en woonruimte? Juist, datzelfde uitzendbureau.

Bovenstaande is geen uit de lucht gegrepen voorbeeld. Honderden arbeidsmigranten in Boxtel zijn op de hierboven geschetste manier dubbel afhankelijk van een uitzendbureau. Ook landelijk is dit massaal het geval. Brancheorganisatie ABU-NBBU becijferde dat in 2018, de meest recente cijfers, dat 133.000 arbeidsmigranten in ons land via hun uitzendbureau gehuisvest waren. En hierbij gaat het enkel nog om bij de brancheorganisatie aangesloten bureaus.

Er wonen naar schatting minimaal 700 arbeidsmigranten in Boxtel verdeeld over 85 woningen. Niemand kan met zekerheid aantallen noemen, want door het grote aanbod aan ongeschoold werk in de gemeente komen er vooral short en mid-stayers naar de gemeente toe. Dit zijn migranten die niet de intentie hebben om zich definitief in Nederland te vestigen. Zo lang zij voor minder dan vier maanden aaneengesloten in ons land blijven, hebben zij geen registratieplicht en heeft de gemeente ze niet op de radar.

Recept voor uitbuiting
Een groot deel van de Boxtelse arbeidsmigranten is in dienst via gespecialiseerde uitzendbureaus als Horizon Groep en SBA Flex. Om en nabij de 800 arbeiders huren in de omgeving van Boxtel een woning via Flexhousing, een zusteronderneming van SBA Flex. En die dubbele pet van het uitzendbedrijf is bepaald geen uitzondering.

Er klinkt al langere tijd kritiek op de dubbelrol die uitzendbureaus als SBA Flex hebben. Zeker sinds recente uitbraakgolven van het coronavirus laten vakbonden als FNV zich horen. Vicevoorzitter Tuur Elzinga benadrukt de zwakke positie van arbeidsmigranten: “Zij durven vaak niks te zeggen over hun woonomstandigheden, omdat ze dan door de dubbele pet van hun werkgever, ook hun werk in gevaar brengen.”

Deze dubbelrol en de daarnaast vaak gebrekkige registratie van de arbeidsmigranten blijken een recept voor uitbuiting. Er zijn in ons land talloze gevallen bekend waarbij het daadwerkelijk mis gaat. Ook in de regio Boxtel. Uit verschillende controles door een politie-taskforce tegen mensenhandel bleek dat het op verschillende locaties slecht gesteld was met de huisvesting van arbeidsmigranten. Wonen in loodsen, varkensstallen en niet-brandveilige woningen, het werd allemaal aangetroffen. Bij een hercontrole in juli vorig jaar bleek dat er weinig verbeterd was, stelt het coördinatiecentrum tegen mensenhandel, Comensha, in een rapport.

‘Dubbelrol noodzakelijk’
De directeur van SBA Flex, Roland van den Brand, neemt afstand van deze ‘mensonterende praktijken’ bij zijn collega’s. Maar hij ziet ook voordelen van de dubbele pet van zijn bedrijf. “Juist daardoor kan het uitzendbureau migranten die hun baan verliezen ook vlug weer aan een nieuwe functie helpen zonder dat zij op straat komen te staan”, meent hij. Van den Brand weet zich gesteund door minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. “Bij goed werkgeverschap heeft de package deal van wonen en werken voordelen voor de werkgever en de arbeidsmigrant”, stelt die in de beantwoording van recente Kamervragen.

De directeur van zusterbedrijf Flexhousing, Leon Muurmans, noemt de rol van uitzendbureau annex huisvester zelfs onvermijdelijk: “Die mensen zullen toch ergens moeten wonen.” Hij wijst op de enorme woningnood in ons land, die evengoed geldt voor uitzendkrachten die uit het buitenland komen. Misschien zelfs wel extra, omdat het lastig is op de korte termijn een goedkope huur- of koopwoning in Nederland te vinden.

SNA
Beide ondernemers wijzen op de SNA-certificatie (Stichting Normering Arbeid). Dat keurmerk moet voorkomen dat malafide uitzendbureaus in ons land voet aan de grond krijgen. Op papier in ieder geval. Om aan het keurmerk te voldoen moeten uitzendbedrijven controle uitvoeren op aangifte en afdracht van loonheffingen en omzetbelasting en gelden afspraken over het minimale loon dat de arbeidsmigrant kan verdienen.

En dat is nodig, blijkt uit rapporten van de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De inspectie vond Nederlandse bedrijven waarbij malafide uitzendbureaus op naam van de migrant toeslagen aanvroegen, maar de buitenlander niet op de hoogte was van het recht op subsidie. Het geldbedrag verdween vervolgens in de zakken van het uitzendbureau. Ook werd fraude met loonstroken gerapporteerd, waardoor de migrant een veel minder salaris krijgt dan het wettelijk minimumloon. Het verschil verdween in de zakken van het uitzendbureau.

Keurmerk voor huisvesting
Om misstanden op gebied van huisvesting tegen te gaan is de Stichting Normering Flexwonen (SNF) in het leven geroepen. Die instantie, een samenwerking waarin onder meer de uitzendbranche, vakbonden, het ministerie en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten vertegenwoordigd zijn, stelt een forse lijst met eisen aan aangesloten verhuurders. “Er is minimaal 1 toilet per 8 personen” en “Bij alle woonvormen hebben bewoners in hun slaapvertrek per persoon minimaal 3,5 m2 vloeroppervlakte ter beschikking”, valt in de regels te lezen. Flexhousing prijkt ook op de lijst van gecertificeerde huisvesters.

Toch is de SNF-norm niet waterdicht. Afhankelijk van de huisvestingsvorm wordt jaarlijks op basis van steekproeven 15 tot 20 procent van de locaties daadwerkelijk geïnspecteerd. Dit aantal moet in 2021 naar 100 procent gaan, besliste SNF dit jaar. Maar dan nog weet de verhuurder een week vóór de inspecties plaatsvinden al dat die eraan komen, blijkt als je de normen erop na spit: “De onderneming zorgt één week voor inspectie dat een geactualiseerde lijst van locaties beschikbaar is in het locatieregister. 24 uur voorafgaand aan de inspectie wordt de onderneming ingelicht over welke locaties uit de steekproef zijn gekomen en zodoende worden gecontroleerd.” Daar komt bij dat een werkgever niet verplicht is om flexwerkers af te nemen bij een SNA en SNF gecertificeerd uitzendbureau.

Rol bedrijven
In Boxtel is Vion een van de grootste werkgevers voor arbeidsmigranten. Ruim boven de 1.000 flexkrachten werken er nu, van wie een groot deel uit andere landen. En de vleesfabriek gaat er in de toekomst nog veel meer nodig hebben. Het verplaatsen van een productielocatie van Scherpenzeel naar Boxtel levert naar schatting van de fabrikant zelf zo’n 600 extra Boxtelse arbeidsplaatsen op, waarvan een deel flexibel ingevuld wordt.

Het is dus geen wonder dat Vion onder een vergrootglas ligt. Hr-manager Irene van der Spek is zich daarvan bewust. De vleesverwerker neemt zelf dan ook maatregelen omuitbuiting van arbeiders te voorkomen. Naast dat Vion enkel samenwerkt met SNA-gecertificeerde uitzendbureaus controleert de vleesverwerker zelf ook steekproefsgewijs loonstroken van werknemers. “Daarnaast werken wij het liefst met vaste partijen. Wanneer een bureau niet voldoet nemen we direct afscheid van zo’n partij”, aldus Van der Spek.

Naar aanleiding van de coronacrisis kondigde Vion op 25 mei aan een speciale taskforce in het leven te roepen die toeziet op de huisvesting van arbeidsmigranten. Doel van deze taskforce is het inperken van het hoge aantal besmettingen met het coronavirus van werknemers in de vleesverwerkende sector. Het vermoeden bestaat dat het leefmilieu van arbeidsmigranten daar verband mee houdt.

Dat er strenger toezicht op die woon-werkomgeving nodig is blijkt wel: de Vion-vestiging in Apeldoorn werd eind mei gesloten op last van de Veiligheidsregio. De reden? De medewerkers kwamen met soms tientallen tegelijk in één busje richting hun werk. De lezing van de vleesverwerker is dat onduidelijk was wanneer flexwerkers nu tot één huishouden gerekend moeten worden en zich dus niet aan de 1,5 meter afstand tot elkaar hoeven te houden.

Taalonderwijs
Maar hoe kan nu structureel een betere positie voor de arbeidsmigrant gerealiseerd worden? Uit verschillende rapporten van Het Pon en eerdergenoemd coördinatiecentrum Comensha komt naar voren dat het beter thuis zijn in de Nederlandse regels en met name taalbeheersing een belangrijke rol kunnen spelen.

Van der Spek is het daarmee eens. In de praktijk ziet zij ook dat veel migranten tegen een taalbarrière aanlopen. Maar zo lang de veiligheid niet in het geding komt kan de vleesverwerker medewerkers ook niet dwingen Nederlands te leren. En op de werkvloer kan iedereen ook prima uit de voeten met Engels of bijvoorbeeld Duits, aldus de hr-manager. Daarnaast wordt binnen de bedrijfsmuren veel gewerkt met pictogrammen. En waar nodig vertaalt Vion belangrijke documenten en instructies met behulp van een tolk.

Vion zegt er bij buitenlandse krachten wel op aan te dringen om taalles te volgen. Maar het bedrijf kan hen daar niet toe dwingen. Ook de gemeente kan en mag Europese migranten geen dwang opleggen om Nederlands te leren. Voor EU-migranten geldt immers geen inburgeringsplicht. Bovendien blijkt uit onderzoek dat veel migranten niet denken zich te vestigen in Nederland. En waarom zou je dan investeren in een andere taal terwijl je op je werk je moederstaal of anders Engels kunt spreken?

Een woordvoerder van Comensha ziet nog een ander probleem: “De meeste flexwerkers hebben een nul-urencontract en moeten dus altijd voor hun uitzendbureau beschikbaar zijn. Dat is lastig te combineren met een cursus Nederlands.”

Fluwelen handschoenen
Vion probeert daarom arbeidskrachten met fluwelen handschoenen over te halen langer in Nederland te blijven. Dat heeft voor de werkgever zelf óók voordelen. Zo hoeft niet steeds nieuw personeel opgeleid te worden. Van der Spek ziet de eerste voorzichtige resultaten: “Ongeveer 60 procent van de flexwerkers werkt al meer dan één jaar voor ons.”

De Boxtelse vleesverwerker onderzoekt hoe dit aandeel nog verder omhoog kan. Bijvoorbeeld door langere contracten aan te bieden of buitenlandse flexkrachten te ondersteunen bij de integratie met scholing en het leren van de Nederlandse taal. En brancheorganisatie ABU-NBBU ziet op landelijk niveau eveneens een lichte stijging in de honkvastheid van arbeidsmigranten.

Omdat er geen monitoring is van migranten die korter dan vier maanden aaneengesloten in Nederland werken en er slechts weinig harde regels zijn om de zwakke positie van arbeidsmigranten tegenover uitzendbureaus te verbeteren, kijken vakbonden als FNV en CNV, maar ook Comensha naar de overheid voor oplossingen.

En wat doet die overheid? Dat lees je in het laatste deel van deze serie.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *