De Boxtelse puzzel die arbeidsmigratie heet deel 4: ‘de politiek’

Hoe de overheid meer vat probeert te krijgen op de ongrijpbare arbeidsmigrant

Naar schatting verblijven tussen de 400 en 600 duizend arbeidsmigranten in Nederland, waarvan zo’n tien procent in de regio Den Bosch/Eindhoven. Middenin die regio ligt het arbeidersdorp Boxtel. Een naderende uitbreiding van vleesverwerker Vion met honderden extra flexibele arbeidsplekken roept vragen en onrust op onder de bevolking en politiek. In deze serie bekijken we hoe het ruim 30.000 inwoners tellende dorp worstelt om het verblijf van honderden gastarbeiders in goede banen te leiden. In dit deel bekijken we de rol van de overheid.

Boxtel is niet de enige gemeente waar problematiek rondom de huisvesting van arbeidsmigranten speelt. Dat blijkt ook uit cijfers van kennisinstituut Het Pon. Dit instituut becijferde dat in heel Nederland in 2018 bijna 650.000 arbeidsmigranten actief waren, waarvan ruim 92.000 in onze provincie. Van hen werkt bijna de helft in de omgeving Eindhoven en Noordoost Brabant.

Geen wonder dat gedeputeerde Erik van Merriënboer vorig jaar aan de bel trok. “De vijfde stad van Brabant is inmiddels Oost-Europees, versnipperd over uitgeleefde vakantieparken, hotels en overbevolkte woningen, telt ruim 100.000 inwoners en is de snelst groeiende stad van onze provincie”, schreef hij in een alarmerende gastblog op de website van het Expertisecentrum Flexwonen. “Het is 5 voor 12”, concludeerde hij.

Maar waarom werken er eigenlijk zoveel buitenlandse arbeidskrachten in Nederland? Onderzoeksbureau SEO trachtte dat in 2018 te achterhalen. De conclusie luidde dat importarbeiders voornamelijk ongeschoold productiewerk doen dat Nederlanders niet willen doen.

Leren van elkaar
Toch brengen deze buitenlandse gasten ook problemen met zich mee. Met name op het gebied van huisvesting en uitbuiting op de werkvloer. Het is daarom van belang, bepleit de gedeputeerde, dat oplossingen gezocht worden op lokaal, maar ook regionaal en provinciaal niveau. Het was de aftrap van het Brabants Netwerk Arbeidsmigratie.

Doel van dit netwerk is om in de loop van dit jaar tot een Brabantbreed beleid te komen en te leren van elkaar. Eén van die ‘leerpunten’ is een grootschalige woonvorm voor arbeidsmigranten in Waalwijk. Ook die gemeente draait bij gratie van buitenlandse arbeidskrachten met onder meer een groot distributiecentrum van Bol.com. Dat biedt volgens het internetwarenhuis na een uitbreiding dit jaar plaats aan zo’n 2.000 werknemers.

Short-stay campus
In Waalwijk is een grote vraag naar huisvesting voor arbeidsmigranten. Onderzoek wijst immers uit dat deze mensen graag wonen in de gemeente waar zij ook werken. Daarom werd in 2013 beleid vastgesteld voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Daarmee liep Waalwijk regionaal gezien voorop. De regelgeving leidde tot de realisatie van twee grootschalige woonlocaties aan de Altenaweg (maximaal 252 bewoners) en de Prof. Veltmanweg (maximaal 400 bewoners) op het Waalwijkse industrieterrein.

De ervaringen daar zijn positief. Het landelijke Expertisecentrum Flexwonen gebruikt de situatie in Waalwijk als schoolvoorbeeld van hoe een short-stay campus, zoals de grootschalige en tijdelijke huisvesting genoemd wordt, eruit kan zien. Het ‘Labor Hotel’ aan de Prof. Veltmanweg heeft 150 studio’s en een eigen receptie en beheer. Deze beheerder houdt zaken als (sociale) veiligheid in de gaten en treedt op als er overlast optreedt.

Not in my backyard

Terug naar de Boxtelse situatie. Daar is inmiddels ook een grootschalige campus voor 150 arbeidsmigranten in de maak. Maar er is nog geen beleid. Sterker nog, de locatie die de initiatiefnemers van de campus voor ogen hebben op industrieterrein Ladonk is strijdig met de wens van de gemeente. Boxtel spreekt naar aanleiding van diverse bijeenkomsten met buurtbewoners, werkgevers en andere belanghebbenden namelijk duidelijk de voorkeur voor een andere plek uit: het gebied dat ligt ingeklemd tussen de spoorlijnen Den Bosch-Eindhoven en Tilburg-Eindhoven, beter bekend als ‘De Oksel’.

Daar staan bewoners niet te springen om een ‘Polenhotel’. Verontruste buurtbewoners gaven toen de gebiedsvisie werd vastgesteld aan bang te zijn dat de overlast niet alleen verplaatst wordt, maar mogelijk zelfs verergert vanwege de meer afgelegen ligging. Wethouder Peter van de Wiel zegt de ophef te begrijpen, maar verwijst naar onderzoeken die uitwijzen dat een grootschalige campus net buiten het industrieterrein een goede oplossing kan zijn voor huisvestingsproblemen en overlast. De praktijksituatie in Waalwijk bevestigt dit.

De Boxtelse werkgevers, waaronder Vion, lieten in 2019 weten enthousiast te zijn over zo’n campus. Toch geldt voor hen ook het not in my backyard principe. Want toen in maart van dit jaar bekend werd dat er plannen waren voor de huisvesting van 150 arbeidsmigranten op het industrieterrein kwam werkgeversorganisatie SPIN met een afkeurende reactie in het Brabants Dagblad.

Wakkergeschud

Sander van Kasteren© De gemeente Boxtel werd in oktober wakkergeschud door een woningbrand waarbij 8 arbeidsmigranten met de schrik vrij kwamen. De brandveiligheid bleek niet op orde.

Dat er beleid op het gebied van huisvesting nodig is bleek afgelopen najaar. Boxtel werd toen wakker geschud door een woningbrand aan de Stationsstraat. Het pand werd particulier verhuurd aan acht arbeidsmigranten die wonderwel ongedeerd bleven. Na inspectie bleek de brandveiligheid niet op orde. De gemeente kondigde daarop aan steekproefsgewijs tien woningen waarvan bekend was dat er arbeidsmigranten woonden te controleren op brandveiligheid. Daarbij werden geen misstanden gevonden.

Maar het is een bekend gegeven dat Boxtel geen overzicht heeft van alle adressen waar buitenlandse flexwerkers wonen. En juist de niet bij de gemeente bekende adressen zijn de locaties waar mogelijk misstanden optreden, iets dat bijvoorbeeld het coördinatiecentrum tegen mensenhandel Comensha beaamt.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) pleit om die reden al een tijd voor een verandering in de registratie van arbeidsmigranten. De vereniging wil dat ook migranten die korter dan vier maanden in Nederland werken zich bij een gemeente moeten (laten) registreren. Zo houden gemeenten meer zicht op waar arbeidsmigranten wonen en met hoeveel zij zijn. Het Rijk zal daarin het voortouw moeten nemen, aldus de VNG.

Pilot REVA
Meer zicht krijgen op de verblijfsplaats van arbeidsmigranten is precies wat het Rijk in 2014 al beoogde met de pilot REVA (Registratie Eerste Verblijf Adres). Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werkte hierbij samen met onderzoeksbureau ICTU en de gemeenten Vlaardingen, Den Haag, Westland, Rotterdam en Schiedam. De pilot moest antwoord geven op de vraag of de registratie van het eerste verblijfadres bijdraagt aan het zicht dat gemeenten hebben op de woonomstandigheden van arbeidsmigranten.

De pilot werd het afgelopen jaar afgerond. En de resultaten zijn niet heel hoopgevend. “Het eerste verblijfadres is voor dat doel een te vluchtig gegeven”, concludeert ICTU. Het onderzoeksinstituut kijkt naar de werkgevers om de verblijfplaatsen van de medewerkers bij te houden, maar hier hebben zij momenteel géén verplichting toe.

Het lijkt erop dat die verplichting ook niet snel gaat komen. Want het ministerie concludeerde in 2018 al dat het huidige registratiesysteem nog zo’n vijf tot zeven jaar mee kan. En daarmee houdt het registratiesysteem op landelijk niveau voorlopig op.

Noodoplossingen
Intussen werkt Boxtel aan noodoplossingen. In september werd besloten dat nog maximaal vier bewoners die samen geen gezin vormen in een woning ingeschreven mogen staan. Zijn het er meer, dan moet toestemming gevraagd worden aan de gemeente. De regel geldt echter niet met terugwerkende kracht. Dat betekent dat huidige overlastsituaties er niet mee opgelost kunnen worden, wat leidde tot teleurstelling bij verschillende Boxtelaren die zelf overlast van arbeidsmigranten ervaren.

Aanvullend werd in Boxtel op 12 mei een anti-speculatiebeding van kracht. Daarmee moeten nieuwe woningen ook bewoond worden door de koper ervan. Gebeurt dit niet, dan kan de gemeente een boete van 50.000 euro opleggen. De maatregel moet eraan bijdragen dat huisjesmelkers geen voet meer aan de grond krijgen.

De VNG heeft weinig vertrouwen in dit soort noodoplossingen. “Doordat er veelal weinig goede huisvesting is, is het vaak het verschuiven van problemen. Handhaven op één plek leidt tot een verschuiving naar een andere suboptimale plek en is daarmee weinig effectief”, laat een woordvoerder weten.

Integraal beleid vertraagd
In het kader van de Brabantse samenwerking werkt Boxtel inmiddels ook aan integraal beleid voor arbeidsmigranten. Onderdeel daarvan is een goed afsprakenpakket met werkgevers, uitzendbureaus en de gemeente, zoals dat bijvoorbeeld ook in Waalwijk het geval is. Het conceptplan had al aan het eind van 2019 in conceptvisie klaar moeten zijn, maar is meerdere malen vertraagd.

Dat komt omdat besluitvorming politiek gevoelig ligt, denkt een woordvoerder van de VNG. Met de herindelingsverkiezingen van 2020 op komst willen politieke partijen zich niet graag profileren als ‘de partij die een Polenhotel mogelijk maakte’, waar dan ook in de gemeente. De vraag is dus of de Boxtelse politiek vóór die tijd de verantwoordelijkheid wil nemen om een hoe dan ook impopulaire knoop door te hakken over beleid op het gebied van arbeidsmigranten.

Doorbraak dankzij coronacrisis?
Een onverwachte omstandigheid maakt echter dat de positie van arbeidsmigranten opnieuw vol in de aandacht staat: de coronacrisis. Op lokaal niveau vraagt de SP-afdeling zich af of arbeidsmigranten wel goed op de hoogte zijn van de geldende RIVM-normen. Ook is de lokale politiek benieuwd in hoeverre arbeidsmigranten zich in hun woonomgeving ‘als haringen in een tonnetje’ kunnen houden aan de 1,5 meternorm. Mogelijk draait de publieke opinie als een lokale partij een short-stay campus als succesvolle oplossing kan claimen.

In de Tweede Kamer waren het de SP en ChristenUnie die aandacht voor de coronakwestie vroegen. Zij zien zich gesterkt door een oproep van de FNV. In een uitgebreid rapport pleit de vakbond voor een scheiding van baan en bed en het verder aan banden leggen van flexwerk. Ook pleit de vakbond voor betere begeleiding van de integratie van arbeidsmigranten. Als reactie is in mei het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten in het leven geroepen door minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Na een week vol problemen en misstanden rondom arbeidsmigranten die in Vion-slachthuizen werken staat de kwestie eind mei weer vers op het netvlies van de politiek. En ook de Boxtelse werkgever en de dubbelrol van uitzendbureaus staan in het middelpunt van de aandacht. De coronacrisis zou daarmee wel eens een positieve bijklank kunnen krijgen in de vorm van maatregelen om de arbeidsmigrant weerbaarder te maken.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *