‘Eigenwijze’ wethouder Eric van den Broek gaat positief kritisch de oppositie in

Boxtel – “Ik wil alles doen voor de SP, behalve de gemeenteraad in.” Met die woorden sloot Eric van den Broek zich in 1993 aan bij de Socialistische Partij. Zo’n achttien jaar later, waarvan twaalf als raadslid, gevolgd door bijna zeven jaar als wethouder, keert Van den Broek weer terug op de post waar hij nooit had verwacht te belanden. En met plezier, zo vertelt hij zelf.

Met een duimpje omhoog en een brede glimlach op de foto. Zo zullen vele Boxtelaren Eric van den Broek kennen.“Dat duimpje is ook een beetje een ‘gag’ geworden”, lacht hij. Vanaf 2014 was hij (parttime) wethouder. Hij kreeg onder meer de zware dossiers Centrum, Participatie en Economie op zijn bordje. Dat maakte dat de wethouder die officieel 32 uur werkte vaak weken van 70 uur draaide. Een van de redenen dat hij het Wmo-beleid in zijn tweede termijn als wethouder aan collega Marusjka Lestrade-Brouwer overhevelde.

Eigenzinnig
Van den Broek is zich er bewust van dat die foto’s op sociale media soms ook irritatie opriepen bij politieke tegenstanders. Maar hij benadrukt naar eigen zeggen graag het positieve. “En ik ben ook een beetje eigenwijs.”

Dat eigenzinnige en goedlachse zit Van den Broek wel in het bloed. Als wethouder profileerde hij zich als iemand die niet bang was om knopen door te hakken. Zo was hij met de portefeuille Economie verantwoordelijk voor het opzeggen van de samenwerking met de ondernemers op Ladonk en trok hij recent nog het dossier Oosterhof vlot.

Een ander slepend dossier dat Van den Broek tot uitvoer bracht was de opknapbeurt van de Markt. “Na twintig jaar bakkeleien daarover zijn we vanaf 2014 gekomen tot plannenmakerij, tot besluitvorming over die plannen en hebben we zelfs ook nog de uitvoering ter hand genomen”, somt hij op. Bovendien vormt de nieuwe Markt de opmaat tot de werkzaamheden aan de Rechterstraat en Stationsstraat. Daar is hij trots op: “In een jaar of acht tijd heeft het hele centrum een metamorfose ondergaan.”

Leermoment
Maar er was ook kritiek. Zo leidden het overleg en maatwerkoplossingen op de ene plek er toe dat er op de andere plek weer nieuwe problemen ontstonden. Zoals het verplaatsen van fietsenstallingen van de ene naar de andere kant van de Markt. Dat zorgde ervoor dat een ondernemer onverwacht een fietsenstalling voor zijn deur kreeg. En het omdraaien van de rijrichting op de Markt leidde tot veel onduidelijkheid voor automobilisten.

Ook de discussie over het nieuwe parkeerregime in het centrum, die voorafging aan de nieuwe Markt, leidde tot boze reacties en vragen van omwonenden. Voor hen was volkomen onduidelijk waar zij zouden moeten parkeren en wat hen dat zou gaan kosten. Van den Broek ziet dat dossier daarom als zijn grootste leerpunt. “Het is voor een bestuurder vaak moeilijk in te schatten hoe dingen voor de burger precies in de praktijk gaan lopen”, blikt hij terug.

Toen centrumbewoners hem aan zijn jas trokken op het moment dat die gevolgen voor hen wel duidelijk werden, realiseerde Van den Broek zich dat het hele voortraject met het informeren en horen van omwonenden wellicht beter had gekund. Hij trok er lering uit: “Je moet als wethouder niet op de stoel van de ambtenaar gaan zitten. Niet constant met je vingertje door alle details gaan roeren. En dat wordt vaak wel van je verwacht.” 

Nieuwe manier van overleg
Het gebeurde allemaal in de periode waarin de gemeente bezig was ‘meewerkend boxtel’ invulling te geven. Maar met de kritiek in het achterhoofd, kan Van den Broek ook successen claimen. Bijvoorbeeld het vlottrekken van de renovatie van winkelcentrum Oosterhof. Een nieuwe manier van overleg met belanghebbenden bracht de al twintig jaar voortslepende discussie in een stroomversnelling.

“In het verleden was dat veel meer eenrichtingsverkeer”, aldus de oud-wethouder. “Dan kwamen de projectontwikkelaar en de eigenaren met een mooi plan. En als de gemeente dat ging toetsen voldeden die plannen vervolgens steeds niet.” Door de partijen met elkaar aan tafel te zetten, werd ditmaal voorkomen dat een onhaalbaar plan uitgewerkt werd. En dus lijkt dat dossier dit jaar tot uitvoer te komen.

Die nieuwe manier van werken, het ‘van buiten naar binnen werken’, heeft volgens Van den Broek wel wat weg van de SP-idealen: een plan bedenken, de straat op gaan om ideeën en adviezen op te halen en vervolgens in overleg tot een oplossing komen. “Zo is dat bijvoorbeeld ook gegaan met de Klankbordgroep Vrijwilligersbeleid en Mantelzorg”, vertelt hij.

Ondernemers
Trots is Van den Broek ook op de hernieuwde samenwerking met de ondernemers op bedrijventerrein Ladonk. De hernieuwde samenwerking is een direct gevolg van het opzeggen van de afspraken die de gemeente en ondernemers tot 2019 hadden. Van den Broek herinnert zich hoe dat leidde tot frustratie en onbegrip bij zowel ambtenarij als de ondernemers. Ook daar is nu een soortgelijke klankbordgroep bezig een nieuwe samenwerking met de gemeente op poten te zetten.

Van den Broek was ook actief voor de kleinere ondernemer. Het belangrijkste voorbeeld daarvan is het economisch stimuleringsbudget. Een pot van 1 miljoen euro waaruit verschillende acties om de lokale economie aan te zwengelen gefinancierd werden. De voorbeelden zijn talrijk: er ging geld naar het gevelbeleid in het centrum, diverse festivals ontvingen een bijdrage, werd retaildeskundige Cor Molenaar ingehuurd om een langetermijnvisie op het Boxtelse centrum te geven en bood de gemeente er coronahulp van.

Samen de schouders eronder
Er zijn ook minder geslaagde voorbeelden, zoals de spaaractie met de Boxtelaartjes, die voor ondernemers ‘veel gedoe’ opleverde of de dino-app, die als doel had minimaal 20 procent van de bezoekers van het Oertijdmuseum naar het centrum te lokken. Dit doel is, gezien het aantal installaties van de app, bij lange na niet gehaald.

De oud-wethouder zag bij de minder succesvolle initiatieven ook dat ondernemers zich er om uiteenlopende redenen niet massaal achter schaarden. Dat dat nu wel gebeurt met de activiteiten voor een bruisend centrum onder leiding van Boxtel Vooruit, Centrummanagement en Jordy van den Boer is opmerkelijk. De wethouder ziet hoe de coronapandemie ervoor zorgt dat ondernemers er gezamenlijk de schouders onder willen zetten: “En ik hoop dat we dat ook na de pandemie kunnen vasthouden!”

Nieuwe werkvorm WSD
Een ander belangrijk dossier waarop Van den Broek actief was als wethouder was participatie en armoedebeleid. Hij is trots op het feit dat Boxtel momenteel enorme bezuinigingen doorvoert, maar juist deze groepen er niet op achteruit gaan. Daar heeft hij zich als wethouder ook hard voor gemaakt.

Wat Van den Broek ook realiseerde was een nieuwe manier van samenwerken tussen het werkbedrijf WSD, bedrijven en de gemeente. Zo’n nieuwe manier van werken werd nodig door een wetswijziging waarbij mensen met een arbeidsbeperking meer reguliere banen moesten krijgen en op eigen benen moesten staan.

Dat pakte in veel gemeenten niet goed uit, met forse verliezen voor het werkbedrijf en juist minder mensen die in een reguliere baan instroomden. Logisch, vindt Van den Broek: “Door de wet te veranderen, verandert de beperking van mensen natuurlijk niet.” In Boxtel zette hij de ervaring die hij vanuit zijn studie P&O en eerdere werkgevers meenam, in om de WSD in te zetten voor het begeleiden van mensen in een reguliere baan. Hij wijst daarbij op het aanbieden van passende arbeidsplaatsen voor verschillende Eritrese vluchtelingen bij Vion of een participatietraject dat loopt in samenwerking met Holland Recycling.

Weer raadslid
Sinds 1 januari is Van den Broek na de voor de SP teleurstellende verkiezingsuitslag weer raadslid. Zijn wethouderschap, dat hij zelf bestempelt als “de leukste baan die ik heb gehad”, laat hem wel op een andere manier oppositie voeren. “Want er wordt door ambtenaren ook keihard gewerkt”, blikt hij terug. “Ik heb misschien wel meer begrip voor processen en regeltjes gekregen die zij moeten volgen.”

Hij denkt ook niet dat het door hem uitgestippelde beleid nu zal dienen als kanonnenvoer voor zijn SP-fractie. Want sinds 2014 heeft Boxtel toch zijn sociale gezicht weten te behouden. En daarvoor voelt Van den Broek zich ook verantwoordelijk.

Hij wil dan ook niet op de stoel van verzuurde oud-wethouder gaan zitten. “Mensen zitten niet te wachten op verzuurde politici die elkaar constant naar de keel vliegen.” Hij besluit een positieve uitzondering te noemen: “Wim van Erp bijvoorbeeld. Die is vanuit een positief kritisch standpunt dat werk gaan doen. Ik had daar toen ik in de raad zat wel veel waardering voor.” En die handschoen wil de oud-wethouder zelf ook graag oppakken: “Want ik zit er niet voor mezelf. Ik zit er met name voor kwetsbare mensen en daar zal ik voor blijven knokken.”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *